Het gemeentefonds. Een scheefgetrokken subsidie?

Het gemeentefonds. Een scheefgetrokken subsidie?

Elk jaar krijgen alle Vlaamse gemeenten een spaarpotje toegestuurd van de Vlaamse overheid. Zo werd vorig jaar 2,85 miljard euro verdeeld over de 308 Vlaamse gemeenten. Het is echter niet zo dat elke gemeente even veel krijgt per inwoner. Het verschil tussen de gemeente die het meeste krijgt per inwoner, in dit geval Gent, en de gemeente die onderaan het rijtje aansluit, Sint-Martens-Latem, is bovendien wel heel groot. Een scheefgetrokken subsidie?

Gemeenten krijgen hun inkomsten via verschillende kanalen. Een hiervan zijn de gemeentebelastingen die de meeste gemeenten heffen. Deze zijn natuurlijk afhankelijk van het aantal inwoners die de gemeente telt en omhelzen slechts een klein deel van de gemeentebegroting van een gemeente. Ook inkomsten uit bijvoorbeeld aanwezige industrie of kadastrale inkomens verschillen natuurlijk veel van gemeente tot gemeente. Daarnaast heb je het gemeentefonds. Dit fonds, een steunfonds van de Vlaamse Overheid en opgericht in 1860, bestaat intussen meer dan anderhalve eeuw. Het bevat inmiddels zo’n 2,58 miljard euro en groeit elk jaar aan met 3,5%. 

De verdeling ervan is een eerder complexe zaak. Tal van factoren wegen hierin mee. De details wil ik jullie besparen, maar toch zou ik graag even de grote lijnen overlopen. Van de 2,58 miljard waarmee wordt gestart, wordt al meteen bijna 40% verdeeld onder Gent, Antwerpen, de elf andere centrumsteden, de regionale steden en de kustgemeenten. Die eerste twee grootsteden vangen bij de eerste schijf zelfs al bijna 30% van de totale pot. Dat brengt ons bij een eerste groot vraagteken. Waarom krijgen die twee steden zo veel?

De resterende 60%, wordt verdeeld over de 308 Vlaamse gemeenten. Gent en Antwerpen passeren opnieuw langs de kassa. Voor die verdere verdeling worden heel wat factoren in rekening gebracht. Zo speelt het economische een rol, het aantal leerlingen in een bepaalde gemeente, maar eveneens het sociale of het landelijke karakter. Na heel wat reken -en telwerk kom je dan uit bij een bedrag per inwoner.

Daar wordt duidelijk dat de verdeling toch wat scheefgetrokken is. Vorig jaar pakten Antwerpen en Gent in totaal 40% van de pot. Hierbij is een inwoner van Antwerpen 1308,51 euro waard en een Gentenaar zelfs 1321,42 euro. Dit is ver boven het gemiddelde van ongeveer 242 euro per inwoner en daarbij kunnen we ons toch  vragen stellen.

Dat grotere steden zoals Gent en Antwerpen meer kosten hebben dan kleinere steden, ontken ik zeker niet. Dat het verschil zo groot is, is voor CD&V een brug te ver. We pleiten dan ook voor een eerlijke herverdeling waarbij factoren zoals het landelijke karakter veel meer meespelen. Het bewaken van onze open ruimte is een van de grote uitdagingen van de toekomst. Waarom zou die open ruimte dan niet meer mogen doorwegen in de verdeling? Het zou ons meteen ook een stap dichter brengen bij het realiseren van de veelbesproken betonstop.